Misvattingen over jeugdtrauma

Veel mensen denken dat jeugdtrauma alleen te maken heeft met lichamelijk of seksueel geweld. Maar ook andere ervaringen kunnen een grote impact hebben, zoals emotionele verwaarlozing of langdurig pesten. Zes veelvoorkomende misverstanden over jeugdtrauma zijn:

  1. Jeugdtrauma gaat alleen over lichamelijk of seksueel geweld.
    Ook emotionele mishandeling of verwaarlozing kan diepe sporen nalaten. Zoals te weinig aandacht, liefde of steun ontvangen als je opgroeit.

  2. Aandacht voor trauma maakt het alleen maar erger.
    Veel mensen denken dat je het verleden beter kunt laten rusten. Maar erover praten en steun zoeken bij anderen kan juist helpen om te herstellen.

  3. Het gaat vanzelf wel over.
    Zonder erkenning en de juiste hulp kun je lang last blijven houden van de problemen of kunnen ze steeds terugkomen. Hulp hoeft niet altijd professioneel te zijn. Steun van mensen om je heen kan ook veel verschil maken.

  4. Jeugdtrauma wordt doorgegeven via de genen.
    De meeste ouders die zelf in hun jeugd mishandeld of verwaarloosd zijn, doen dit niet bij hun eigen kinderen. Jeugdtrauma wordt vooral doorgegeven aan een volgende generatie via gedrag en via invloeden uit de omgeving. En dus niet via DNA. Er is wel een erfelijke gevoeligheid voor het ontwikkelen van PTSS-klachten na een ingrijpende gebeurtenis.

  5. Als je nu goed functioneert, heb je geen jeugdtrauma meegemaakt.
    Veel mensen houden zich jarenlang staande en lijken goed te functioneren. Tot ze merken dat oude patronen toch doorwerken.

  6. Je wordt sterker van jeugdtrauma.
    Sommige mensen denken dat nare ervaringen je vanzelf sterker maken. Maar vaak is dat niet zo. Je kunt er juist uitgeput, somber of verward van raken. Herstel vraagt tijd, steun en begrip, niet simpelweg ‘sterk zijn’.

Previous
Previous

Hoe vaak het voorkomt

Next
Next

Veerkracht en herstel